Hoe verloopt een Brainspotting-sessie?

Brainspotting kan op verschillende manieren uitgevoerd worden. Het is een open en creatief model waarbij de therapeut de volledige vrijheid heeft om BSP in te schakelen in zijn therapeutisch kader.

Belangrijke onderdelen van élke BSP- sessie zijn nagenoeg altijd …

  1. de grote focus op het belang van een goede, ondersteunende en veilige therapeutische verhouding waarin de cliënt het gevoel heeft vastgehouden en begeleid te worden door de therapeut
  2. het betrekken van gevoelens en vooral lichaamsgewaarwordingen om dieper liggende hersendelen te activeren die een rol spelen in de symptomatologie van de cliënt (in plaats van voortdurend in inzicht, denken of begrijpen te verzanden).
  3. het zoeken van een geschikte Brainspot
  4. een vorm van (gefocuste) mindfulness waarbij de cliënt wordt aangemoedigd simpelweg te observeren wat er zich aandient tijdens het proces

Een typische BSP-sessie zou er zo kunnen uitzien:

1. Identificeren van het probleem of symptoom waarrond de cliënt wil werken

Therapeut: Rond welk probleem wil je vandaag werken?
Cliënt: Mijn sterk minderwaardigheidsgevoel.  Ik kan het niet goed onder woorden brengen en ik weet ook wel dat het niet helemaal klopt, maar ik voel het toch niet zo aan.  Het stoort me dat ik zo negatief over mezelf denk.

2. Het oproepen van het probleem (meer bepaald de gevoelsmatige en vooral lichamelijke component van het probleem). 

Therapeut: Ok, denk je dat je op één of andere manier even bij dit gevoel kan geraken?
Cliënt: hmm, dat is niet zo eenvoudig.
Therapeut: Kan je misschien een situatie voor de geest halen van de afgelopen dagen of weken waarin je je zo hebt gevoeld?
Cliënt: (aarzelt) … juist!  Vorige week bijvoorbeeld heb ik nog een presentatie gegeven.  Iemand uit de zaal gaf me een kleine opmerking en ik voelde me toen echt helemaal in de grond zakken van schaamte.  Ik voelde me toen een echte nietsnut.
Therapeut: daar kunnen we zeker mee verder werken.  Kan je even de tijd nemen om je in gedachten naar deze situatie te begeven?
Cliënt: dat is eenvoudig … ik ben er al!  Ik voel me al helemaal terug zoals toen. Wat een rotgevoel!

3. Het vragen naar de graad van activatie op een SUD-schaal [Een vaak gebruikte subjectieve schaal waarop de cliënt kan aangeven van 0 tot 10 hoe moeilijk bijvoorbeeld het is om aan een situatie terug te denken of een gevoel te tolereren. ] van 0 tot 10

Therapeut: hoe geactiveerd voel je je nu rond deze situatie of dit gevoel op een schaal van 0 tot 10?
Cliënt: oef, het is toch een dikke 8 hoor!
Therapeut: en waar voel je deze 8 in je lichaam?  Is er ook een plaats of plaatsen in je lichaam waar je deze spanning kan gewaarworden?
Cliënt: Ja, mijn maag … en ook wel een sterke brok in mijn keel.
Therapeut:

4. Het zoeken naar de overeenkomstige Brainspot in het visuele veld

Therapeut: ok, we gaan nu een geschikte Brainspot vinden om hiermee verder te werken.  Houd je ogen gericht op het puntje van de pointer en merk gewoon op wat je ervaart.
Cliënt: OK!
Therapeut: merk je een verschil op als ik het punt verplaats?
Cliënt: Helemaal links deed het punt me niet veel, maar nu je steeds verder naar rechts opschuift merk ik dat de spanning ook groter wordt. Hoe gek!
Therapeut: het lijkt erop dat we best een geschikt punt zoeken in het rechterveld.  (De cliënt vertoont ondertussen enkele oogreflexen en tekenen van spanning in het lichaam.)
Cliënt: dit voelt beduidend anders aan!  Vreemd!  Het is wel moeilijk, maar het gaat.
Therapeut: voel je verschil als ik de pointer nu meer naar boven of beneden beweeg?
Cliënt: Beneden voelt kalmer aan, maar iets boven de middellijn is voor mij het gevoel het sterkste.

5. Het laten gebeuren (gefocuste) mindfulness

Therapeut: Ok, dan werken we verder met dit punt.  Laat gewoon maar komen wat er komt zonder te oordelen of te reageren op je reacties.  We observeren gewoon wat er gebeurt en we laten het brein zijn werk doen.  Je mag tijdens het proces iets delen als je wil, maar je hoeft dit niet te doen.

Conclusie

Het bovenstaande voorbeeld is een eenvoudige toepassing van een typische BSP-sessie.  Er wordt eerst gevraagd aan welk probleem de cliënt wil werken.  Vervolgens wordt de cliënt geactiveerd rond het probleem.  Eens de cliënt activatie voelt, wordt gevraagd hoe hoog deze is op een (SUD-) schaal van 0 tot 10 (waarbij 0 niets is en tien bijna ondragelijk).  Er wordt gepeild naar waar in het lichaam deze spanning wordt waargenomen.  Dit laatste heeft een belangrijke reden.  We willen immers de diepere breinstructuren betrekken bij het verwerken en integreren van dit evenement. Door te peilen naar niet enkel de gevoelens, maar vooral ook naar de lichaamsgewaarwording betrekken we niet enkel het limbische systeem, maar ook hersensystemen die op hersenstamniveau spelen.  Tenslotte wordt er een geschikte Brainspot gekozen en kan het werk beginnen.  Wat volgt is simpelweg observeren wat er zich spontaan aandient (dat kunnen gedachten, beelden, lichaamsgewaarwordingen of leegtes zijn).

Tijdens Brainspotting wordt ook vaak gebruik gemaakt van bilateraal geluid [links-rechts-links-geluid].  Het gebruik van bilaterale stimulatie (BLS) is trouwens rechtstreeks overgenomen uit EMDR- therapie en helpt om verdere integratie in het brein te bevorderen. Dr Grand ontwierp hiervoor samen met een bevriende muzikant de Biolateral cd’s die je op webpagina van David Grand (www.brainspotting.pro) kan terugvinden.

We eindigen met een korte kritische noot.  Brainspotting lijkt misschien eenvoudig maar is het niet.  Het gefaseerd, veilig en creatief inschakelen van Brainspotting in een therapeutische setting vraagt namelijk heel wat oefening en doorzicht.  De therapeut dient immers op de hoogte te zijn van de onderliggende mechanismen van elke problematiek en dient dit telkens op een respectvolle en aandachtsvolle manier aan te passen aan de capaciteiten en noden van zijn of haar cliënt.